banner design by Angel Draganov
 Actions

Talk

The Last Secret of Pop

I transcribed the scans. However, I don't speak dutch and can't really tell if I've misread any words. I'll just keep it here. -maxr

Invloeden

aptopmuzikanten hebben het maar makkeliijk: ze weten precies wat ze willen en hoe ze het gaan doen. Mike en Marcus worden heen en weer geslingerd tussen gitaar en computer, tussen akoestische en elektronische muziek, tussen oud en nieuw, tussen folk en avant-garde. Op hun nieuwe cd The Campfire Headphase versmelten melancholische gitaren met chroomkleurige beats en synths. 'We voelen duideliijk de behoefte om belde wegen in te slaan,' bekent Mike. 'Idegere dag ligt ons hart ergens anders.' Hun invloeden lopen uiteen van klassieke muziek tot hiphop en van psych-folk uit de jaren zestig en zeventig tot de rare maatsoorten van de native Americans, de indianen. Ze zijn allebei klazziek geschoold op de piano en spelen gitaar. Mike is de beste drummer van de twee, Marcus' eerste instrument in een band was basgitaar. Tijdens de twee uur dat we met hen spraken, tekenden we de volgende namen op: Julian Cope, Bob Dylan, Pixies, Cocteau Twins, Phil Spector, Wim Wenders, HR Giger, The Polyphonic Spree, Sufjan Stevens, The Incredible String Band, Butterscotch Rum, Joni Mitchell, James Taylor, John Denver, Joy Division, The New Scientist (tijdschrift), Zabriskie Point, Jeroen Bosch, Aphex Twin, Autchre, My Bloody Valentine, Talk Talk, Stevie Wonder, Radiohead, Bibio, Fennesz, Alias, Boom Bip, cLOUDDEAD, Odd Nosdam, William Baskinski's The Disintegration Loops I-IV, 'Maar,', voegde Mike er op een gegeven moment aan toen, 'ik kan hier een lijst van veertig namen geven en dan nog heb je niet één procent van de mensen die ons geïnspired hebben.' Waar ze beslist niet naar luisteren: folktronica, tecnopuristen en 'al die honderen Autechre-klonen zonder ideeën van zichzelf.'


No nooit spraken ze met een Nederlandse journalist. Ze spreken sowieso eigenlijk nooit. Optreden doen ze sinds hun entree in 1998 gemiddeld één keer per drie jaar. Hetzelfde tempo houden ze met hun albums aan. Ze wonen en werken teruggetrokken in de bossen van de Schotse Pentland Hills. Boards Of Canada: het laatse van de pop. Ze voegden weer en hoofdstuk aan hun mythe toe: The Campfire Headphase. Koen Poolman reisde af naar Schotland om zijn helden te onmoeten. door Koen Poolman

Laten we bij het eind beginnen: de Radiohead-vraag. Zonder Boards of Canada's Music Has The Right To Children (1998) had Kid A (2000) heel anders geklonken luidt de mare. Mike en Marcus aarzelen. 'Dat zou ik niet durven zeggen.' 'Dat is niet eerlijk ten opzichte van hen'. 'Alsof ze anders geen geweldige plaat hadden gemaakt.' 'Misschien hebben ze wel goed naar Aphex Twin en Autechre geluisterd.' Nee, dat succes willen ze niet claimen. Dat Tom Yorke een bewonderaar is van hun warme, broeierige elektronica, is genoeg. Kid A en Amnesiac vinden ze mooie platen. Ook U2 schijnt fan te zijn. Dat laat ze dan weer koud. De roem ze gestolen worden. Feit is dat Music Has The Right To Children en opvolger Geogaddi (2002) -- beide met 200.000 vekochte cd's Aphex Twin en Nightmares On Wax de bestsellers in de experimentele Warp-catalogus -- talloze bands en producers hebben geïnspireerd.

Het zijn van die platen die jarenlang meegaan en steeds beter worden. Ze logenstraffen het cliché van elektronische muziek als kille, cleane, mechanische, sciencefiction-achtige muziek voor de wereld van morgen. Hier is een groep die haar best doet haar geluid zo ouderwets, gamme en zelfs 'beschadigd' mogelijk te maken, die sich liever haar onbezorgde jeugd herinnert dan droomt van een leven tussen robots, die gitaren, fluiten, windorgels, drums, percussie, analoge synthesizers en aftandse taperecorders verkiest boven de nieuwste software, die voortdurend in foly sferen lijkten te verkeren, die verplicht tot luistere en die de perfectie afzweert. Menselijke muziek is niet ongenaakbaar. Geen kloppende pulse, maar een brok in de keel. Een lichte hapering. Een traan. En dan: een huivering. Je hoort dingen die je eerst niet hoorde. Stemmen, boodschappen, hallucinaties. Wie in de caleidoscopische wereld van Boards of Canada duikt, ontdekt sporen van occultisme, religieuze cults, spionagenetten, numerologie, mathematische concepten... Ze zitten verstopt in titles, artwork, samples, de lengte van de tracks, her aantal tracks, in talloze achterwaarts afgespeelde stemmen, zelfs in heuse audio palindromen: zinnetjes die voor- en achtenwaarts afgespeeld identiek zijn. The Devil Is In The Details heete een van de nummers van Geogaddi. De cd telde 23 tracks (een mystiek geta lvoor occultisten), duurde 66 minuten en 6 seconden en was 666 Mb groot. Bijrollen: David Koresh, leide van de Branch Davidians-sekte in Waco, en Pan, de 'god with hooves', heidense god der weiden en bossen. Eerst zie je ze niet, dan lijken ze opeens overal te zitten. De magie van Boards of Canada - opererend vanuit een afgelegen woongemenschap in de bossen van de Schotse Pentland Hills, onder Edinburgh, waar ze hun eigen studio hebben - kree langzaam een zwart randje. En al die jaren weigerden ze naar buiten te treden. Ze deden slechts een handvol interviews over de e-mail en stonden, na hun stille entree met Music Has The Right To Children, drie keer op een podium. Een enigma.

Nu hebben ze dan eindelijk ingestemd met een face to face interview. Eén per land, twee uur lang. Ze hebben een hoop ult te leggen. Over hun nieuwe album The Campfire Headphase bijvoobeeld, maar ook over de wilde verhalen die het mysterie Boards of Canada zijn gaan omgeven. Ze wilen bewijzen dat ze 'ordinary blokes' zijn en geen 'magiërs die mensenoggers brengen op een bergtop.' De mythe heeft een loopje met ze genomen, beseft Mike. 'Als je zoland uit de media wegblijft, gaan de mensen vanzelf de gaten in je verhaal opvullen.' Mike is Michael Sandison, 34 jaar, vader vna een dochtertje van één. Hij oogt vermoeld. Lijdt aan slapeloosheld en depressies. Draagt een zwarte een zwarte truim spijkerboek en gympen. Baardje van een week. Onopvallend. Marcus Eion (32) is knapper, sportiever ook. Hij blikt een ferven snowboarder. Getrimd baardje, het haar met gel in model gehouden. De ring om zijn vinger zegt dat hij vorig jaar getrouwd is. Op zijn T-shirt prijken de namen van weirdo-rappers Boom Bip en Dose One. Mike is een vlotte prater. Marcus is iets bedachtzamer, geeft uitleg bij Mike's verhaal. 'Het grootste misverstand,' gaat Mike verder waar hij begonnen is, 'is onze humor. Veel mensen missen onze ironie. Ze nemen alles wat wij doen veel te letterlijk.' Ze zijn, zegt hij bijna veronschuldigend, gewoon geïnteresseerd in oude culturen, religieuze uitspattingen, wetenschappelijke vraagstukken, alles wat afwijkt van de norm. Meer moeten we er niet achter zoeken. En nee, ze zijn beslist geen 'failed techno band', zoals ze wel eens lezen op internetfora van IDM-diehards. Ze hebben noit intelligent dance music willen maken. 'Eigenlijk zijn we nooit geïnteresseerd geweest in dancemuziek, techno, of wat dan ook. Die wereld staat heel ver van de onze af. Van kinds of aan hebben we ieder instrument opgepakt dat voor het grijpen lag en er een hoop herrie meegemaakt. Wij zijn geen technokids.'

Enter: The Campfire Headphase. Weer zo'n ongepoetste juweel met intieme synths, beats en, voor het eerst, gitaarloops die, goed tegen het licht gehouden, langzaam beint te glinsteren, Met het licht reflecteert ook het neeld van een klassieke roadtrip door het oue Amerika, kriskras door de tijd. Titels als Dayvan Cowboy, 84 Pontiac Dream en Ataronchronon (een ooude indianenstam) verraden iets van de bedoeling.

'De basis,' legt Mike uit, 'is een fantasie, een mind trip. Je zit ergens in een kamp in het bos, spaced out rond het kampvuur. Het is donker, je bent alleen, je sluit de ogen en je fantaseert over het Amerika van de achttiende eeuw. Je verliest je tijdsbesef. Uren worden dagen, weken. Er gebeuren vreemde dingen, onverklaarbare dingen, sprongen in de tijd, transformaties, een beetje surrealistisch, zonder dat je het als zodanig ervaart. He is een droom, je ben écht die cowboy. Totdat de muziek ineens overgaat, zoals in 84 Pontiac Dream. Ke ontwaakt, je hoort stemmem om je heen, de regen komt met bakken uit de hemet, je zit ergens in Central Park in de verte hoor je iemand op een akoestische gitaar spelen en je weet bij God niet hoe je hier gekomen bent.' Marcus: 'Complete chaos, een wereld zonder logica, dat idee. Ken je de film Zabrieskie Point? Voor mij heeft deze plaat dezelfde sfeer. Het is een krankzinnige roadmovie. Er gebeurt van alles wat niet logisch is, je probeert er een lijn in te ontdekken, een verklaring te vinden, maar aan het eind van de film weet je nog steeds niet wat je er nu eigenlijk gebeurd is.' Mike: 'De centrale vraag is: hoeveel van deze votrok zich in een hallucinatie? Wie wel eens een psychedelische ervaring heeft gehad, weet dat zoiets niet letterlijk na te vertellen is, het verandert ieder moment.' Sherbet Head, zo'n miniatuurtje waarvan Boards of Canada er meer heeft, en vaak hele mooie, verwoodt de psychedlische ervaring misschien nog wel het best: een hoofd vol sorbetijs. Daas, wauws. Een beetje duizelig. Lichte tinteling. Was de inktzwarte voorganger Geogaddi een bad trip, The Campfire Headphase is zijn tepenhanger; de good trip.

Geogaddi endigde met Corsair, 'het licht aan het einde van de tunnel'; aan het einde van de good trip wacht een downer. De laatste drie tracks gaan diep, héél diep. Marcus: 'Daardoor blijft het langer hangen.' Mike: 'Ik zou nooit lets kunnen maken dat helemaal optimistisch is.' Vooral het afsluitende Farewell Fire, een pastorale orgeldrone, grijpt naar de keel. Ze willen niet zeggen voor wie het geschreven is, maar het kan alleen maar een dierbare geweest zijn die os overleden. Mike vertelt: 'Farewell Fire is Marcus op keyboards, meer niet. Hij heeft het in één nachtelijke sessie gemaakt. Er zitten momenten in dat het haprt en het echt voelt als iemand die van verdriet niet meer in staat is om goed te spelen. Dat kun je met geprogrammeerde muziek nooit bereiken. Ook al is het een elektroniksch stuk, het klinkt heel menselijk, hatverscheurend. Het moment dat het even stopt, is alsof er naar adem gehapt moet worden, als een stem die even zwijgt.' Marcus: 'Veel mensen die elektronische muziek maken gaan ervan uit dat die steriel en mechanisch moet ziljn... en futuristisch [cynisch lachje]é Dat is heel eenvoudig, het enige wat je hoeft te doen is de apparatuur aan te zetten. De kunst is om die synthetische klanken een emotie mee te geven, alsof het een stem is.' Een synthlijn, licht Mike toe, wordt geschreven also het een zanglijn is, een zanglijn die bijna vals is. 'De beste zangers hebben een beperkte stem. Zo'n stem als van Bob Dylan, zo nasaal, beven, nooit helemaal zuiver, is verre an compleet, maar zit bastensvol karakter. Als je een sessiezanger zou vragen een van zijn songs te zingen, dan zou het technisch perfect zijn, maar zielloos, zonder leven. DAt is precies wat wij onszelf steeds voorhouden: het mag niet perfect zijn. We stoppen er met opzet fouten en beschadigde geluiden in om de muziek te laten ademen.'

Wie voor het eerst een plaat van Boards of Canada hoort, zal zich verbazen over het 'zingende' geluid op de achtergrond, alsof de opnameband niet helemaad strak liep. Dat is precies wat er aan de hand is. Het duo zweert bij het geluid van oude cassettebandjes die niet meer zo goed afspelen, waarvan het geluid af en toe wegvalt, of is afgevlakt, die to langzaam gaan, of juist net iets te snel. He geeft de opname een magisch tintje, vinden ze. Het voert hen terug naar de tijd dat ze zelf nog bandjes draaiden, naar hun verloren jeugd. Debuut-lp Twoism (1995) klonk als een mispersing, alsof het gat niet precies in het midden zat. Slow This Bird Down, op de nieuwe cd, heeft dit ook. De 'zingende gitaar' in Chromakey Dreamcoat is pogenomen op het strand met de verrotste taperecorder die Marcus kon vinden. Hij heeft ook een digitale. Gebrulkt le zelden. De moldie van Julie And Candy (op Geogaddi) werd opgenomen met een paar fluiten en vergolgens eindeloos heen en weer gestuurd tusen de ingebouwde microfoons van twee tapedecks totdat er niets meer dan een luide, mistige galm, een soort misthoorn, overbleef. Veel, bijna alles, wat je op hun platen hoort, komt van een fluit, een gitaar, een piano, een percussie-instrument, een windorgel of een ander exotisch instrument, maar de geluiden worden dermate lang 'behandeld' dat ze zelden als dusdanig herkenbaar zijn. Het lijken allemaal synthesizergeluiden. Hoe langer je een geluid bewerkt, hoe synthesischer het klinkt, legt Marcus uit. Hun synthesizers zijn trouwens ook vintage: oude analoge modellen met knarsende en krakende geluiden.

Noem hun werkwijze nooit nostalgisch; Marcus heeft er een hekel aan. Retro, nog zo'n woord. Te gemakkelijk, vindt hij. 'Wij refereren aan iets uit het verleden, iets tragisch of iets moois dat verloren is gegaan, we proberen dat terug te halen, maar daar stoppen we niet, we proberen het verder te brengen, ons voor te stellen wat ervan geworden zou zijn als het nog steeds zou bestaan. We kopiëren het verleden niet, we herschrijvenm het, we negeren de loop die de geschiedenis heeft genomen. We gaan terug naar een bepaald moment in tjid en plaats en slaan dan een altenatieve weg in. We zeggen tegen elkaar: Make it 1978 and then take it somewhere. Hoe had de muziek van nu geklonken als we toen met z'n allen die andere weg waren ingeslagen? Een soort parallelle wereld.' Mike: 'Alsof de nineties nooit hebben plaatsgevonden, zoiets. Waar zouden de wereld en de muziek zijn als we die tijd hadden overslagen?' De nineties, voor de goed orde, staan met hun schreeuwerige MTV-cultuur, hun ongebreilde hedonisme en alsmaar verdergaande globalisatie voor alles wat fout is volgens het teruggetrokken levende duo. Ze geloven heilig in een 'sideways culture'. Marcus: 'De meeste mensen nemen de wereld zoals zij is, ze staan nooit stil bij de vraag hoe de wereld er had kunnen uitzien als we niet met z'n allen door een tunnel waren gegaan. Als je kijkt naar de huidige staat van de muziek en je beschouwt de wortels van die muziek, dan wordt die weg automatisch gezien als de enige die de muziek had kunnen afleggen. Niemand realiseert zich dat die aanname bepalend is voor wat ze doen. Ze volgen gewoon dat pad. Zie het als een gang ledereen staat middenin de gang, de uitgang lonkt. Ze beschouwen de situatie en wéten: we móeten aan het eind van de gang zien te komen. Wat wij proberen te doen is ons voor te stellen dat er naast die gang nóg een gang is en dat je die gang wellicht via een geheime doorgang kunt bereiken.'

Mike toont zich een groot bewonderaar van Jeroen Bosch (1450-1516), de diepreligieuze schilder wiens werk stilistisch noch thematisch aansloot bij stromingen uit zijn tijd. In tegenstelling tot het serene werk van zijn tijdgenoten ging het fantastische werk van Bosch over angst, afschuw en rampspoed. 'Zijn werk zat vol vreemde, spookachitge elementen,' doceert hij, 'elementen waarvoor geen verklaring was. Het waren fantasieën. Zijn werk was surrealistisch voordat het surrealisme was uitgevonden. Zijn verbeelding was de doorgang naar een andere wereld. Er zitten elementen in zijn werk die or niet zouden moeten zitten, inconsequenties, en juist die maken zijn werk zo sterk, zo aangrijpend.' Hij trekt een parallel met Music Has The Right To Children, waarop naïeve kinderstemmetjes botsen met atonale geluiden, chroomkleurige beats en dissonante melodieën. 'Die kinderstemmetjes brengen je van je stuk, ze horen niet thuis in zulke duistere muziek. Je wéét het gewoon niet. Maar het grijpt je wel aan.' 'Als je schilderijen zou maken van wat er volgens ons op onze platen gebeurt,' zegt Mike, en hij verontschuldigt zich bij voorbaat voor de pretentie die in deze uitspraak besloten ligt, 'dan zouden dat hele surrealistische werken worden. Er zou niks van kloppen. En toch zou je het niet hoeven uitleggen.' Marcus: 'Als je het moet uitleggen, is het geen kunst meer.'

Tuig een plaat op met verborgen boodschappen over God en Satan en stervelingen die geloven dat zij afgezant van een van beiden zijn, en je eindigt met een altaar. Zo noemt Marcus het vorige album Geogaddi, een altaar. Hij zegt het lichtelijk smalend. Op internet curculeren de wildste theorieën en analyses over de inmiddets drie jaaroude plaat. Over David Koresh en zijn Branch Davidians, aan wie het nummer 1969 n de ep In A Beautiful Place Out In The Country zouden zijn gewijd (klopt). Over de adaptatie van de gulden snede en bijzondere cijferreeksen zoals de Fibonacci-reeks in notenschema's en songstructuren (klopt). Over links naar het werk van Berthol Brecht (onzin). Over samples van uitzendingen van spionagediensten in de Koude Oorlog (klopt). Over satanisme (onzin). Over audio palindromen ('de techniek staat voor niks').

Over de albumtitel, die zoiets als De Woeste Aarde zou betekenen (stilzwijgen). Dat laatste laten ze graag open. Er moet nog wel iets te raden overblijven. Ald die 'dingetjes', zoals Mike ze noemt, plaatsen de instrumentale muziek in een context, ze brengen een lijn aan, een concept, zo je wilt. 'Zolang je bij concept maar niet denkt aan een plaat over de regels van het schaakspel.' Op Geogaddi waren de 'dingetjes' ontsproten uit de donkerste krochten van hun ziel, op al hun andere platen kun je ze herleiden tot ee verlangen naar hun jeugd - het Leitmotiv in dit verhaal. De verloren jeugd, de tijd dat gevoel dat iedere adolescent langzaam kwijtraakt. 'Als ik depressief ben, en ik heb een lange geschiedenis van depressis,' bekent Mike, 'dan zoek ik altijd troost in mijn kinderjaren. Die weemoed is altijd aanwezig in onze muziek.' Eén ding wil hij nog over Geogaddi kwijt: 'Het was een project, It's its own thing. Een claustrogobische trip door een wereld vol paranoia en duisternis. Veel mensen verwarren de plaat met de mens. Wij zijn geen doemdenkers.' 'Vergeet niet,' zegt hij even later, 'dat we in de studio zaten toen 9/11 gebeurde. De laatste vijf maanden van Geogaddi vielen samen met de nasleep van 9/11. Het was een angstige tijd, het voelde alsof we terugkeerden naar de Koude Oorlog. Opeens bekroop me weer de angst die ik als kind al gevoeld had voor de atoombom. Ik denk dat iedereen van onze generatie dat gevoel wel kent. We ontkwamen er niet aan, het drukte ons gemoed. De toon werd steeds beklemmender. De sfeer, de samples, het heeft er allemaal mee te maken.' 'Bovendien,' gaat hij verder, 'ging ik zelf door een moeilijke periode. Het was een klotejaar.'

'Nu, vier jaar later,' neemt Marcust het over, 'lijkt die dreiging van 9/11 permanent geworden. De wereld lijkt permanent veranderd, blijvend onveiliger. Meer chaos en duisternis en paranoia. Als je dat dag in dag uit ervaart, ga je je vanzelf afvragen: hoe kunnen we hieraan ontsnappen? Hoe kunnen we die realitelt vergeten?' Mike: 'In plaats van mee te gaan in de psychose kun je ook een uitvlucht zoeken.' Toeval of niet, in dezelfde periode luisterde hij graag naar de eerste plaat van positivo's The Polyphonic Spree. 'Ik dacht: ik wil ook weer lets hoopvols maken' En zo werd het idee voor The Campfire Headphase Geboren: ze zouden teruggaan naar de tijd dat hun muziek nog simpel escapisme was. Terug naar Twoism, het debuut met zijn gekke zingende geluid. 'Twoism is waarschijnlijk de minst politieke plaat die we gemaakt hebben. Het is muziek om bij weg te dromen. Ook al is je leven klote en haat je je werk, als je de plaat opzet en je laat meevoeren door de melodieën, vergeet je al je ellende. Dat hebben we nu ook wee proberen te creëren: een luchtebel waarin je kunt opstijgen en wegzweven. Weg van alles. De nieuwe plaat heeft geen geheime agenda. Het enige wat hij zegt is: fuck all this stuff, zet het nieuws uit, zeg die klotebaan op, maak dat je wegkomt uit de stad, neem de tijd om eens terug te denken aan gelukkiger tijden. ledereen heeft wel een jaar in zijn hoofd, de beste zomer van zijn leven. Dat is ons doel: we bieden je een venster naar de beste zomer van je leven.' Marcus: 'Zie het als een hulpmiddel. Een tijdmachine. Een privétijdmachine. Onze muziek werkt niet in de openbare ruimte, zij spreekt tot één luisteraar tehelijk. Het is muziek om in je eentje naar te luisteren. Om in weg te kruipen. We bieden je een veilige haven.' Mike: 'A place to go.' Dan realiseert Mike ineens iets: 'Nu ik er zo over nadenk, dit is iets wat wij als vanzelfsprend beschouwen, zozeer zelfs dat we ons niet kunnen voorstellen dat er mensen zijn die iets anders zouden willen bereiken met hun muziek. Maar veel mensen die urban muziek maken, of dat nu r&b of iets anders is, die denken precies het tegenovergestelde. Ze zeggen bijna: wat we ook doen, het moet wel van deze wereld zijn, het moet het hier en nu representeren, het mag niet te veel afwijken. Het moet geschikt zijn om in Gap gedraaid te worden. Muziek is voor mij een escape from Gap. Als ik een kreldingwinkel binnenloop, denk ik al gauw: fucking hell, ik zou wel iemand iets kunnen aandoen, ik moet hier zo snel mogelijk weer weg terug naar mijn fantasiewereld.'

Terug naar de bosen van de Pentland Hills. Terug naar zijn vriendin en zijn dochtertje. En terug naar zijn broer. Want na enig aandringen willen ze het wel toegeven: Mike Sandison en Marcus Eion zijn broers. Eione - speek uit: lan - is Marcus' tweede voornaam. Ze hebben het tien jaar lang geheimgehouden. Het deot er niet toe, vinden ze. Het verhaal is de muziek, niet de mensen. De mythe vervaagt, de muziek blijft. Niemand kent ze, niemand heeft ze ooit zien optreden, niemand heeft ooit een advertentie of een videoclip of een tv-optreden van ze gezien (die bestaan niet), niemand weet wat ze precies denken, maar 200.000 eenzame zielen herkennen hun stille verdriet. Hun verlangen baarde de mooiste muziek van de laatste tien jaar. Vraag het maar aan Thom Yorke.


Twoism (1995, reissue 2002) In eigen beheer ultgerbracht debuut (oplage: 200). Acht nummers vol vreemde, dromerige, ambienteske, iet valse elektronica. Alsof het gat van de lp net naast het midden zat. Invloeden van Aphex Twin en Autechre zijn nog duidelijk hoorbaar. Via die laatsten belandde de lp bij het Skam-label uit Manchester. Zeven jaar later werd de lp, die inmiddels 500 euro op eBay opbracht, heruitgebracht, als enige van alle eigenbeheer-lp's en cassettes tot nu toe. Het duo speelt met het idee om ook Boc Maxima (1996) nog eens fatsoenlijk uit te brengen. Tot nut toe blijft de kluis met Music 70-demo's hermetisch gesloten.

Hi Scores (1996) Mini-lp voor Skam. De eerste zes nummers die normaal verkrilgbaar waren. Dromerige elektronica, abstracte Autechre-beats en electro. Classics: Everything You Do Is A Balloon, waarvan de melodie in een droom to Marcus kwam, en Turquoise Hexagon Sun (later ook op MHTRTC).

Music Has The Right To Children (1998) Debuut voor Warp. Bij verschijnen nauwelijks opgemerkt, nu een klassieker bunnen de elektronishce muziek en het vertrekpunt voor subgenres als indietronica en folktronica. De plaat met de kinderstemmetjes. Ze praten en tellent wat op en af, voor- en achteruit. Mellow beats, nostalgische synths, psychedelische en intieme, soms folky sferen, hemelse melodieën. De mooiste: Roygbiv (2:28) en Olson (1:24), van die typische BOC-miniatuurtjes die de gaten tussen de 'echte' nummers vullen en elgenlijk hun voorkeur genieten. Het zijn synthesizermelodieën die je aan het eind van een tv-serie zou kunnen horen, als de titelrol in beeld verschijnt. Chill-out-hit: Aquarius. Zilj: 'Een plaat voor in de openlucht, op een koude, zonnige dag.'

In A Beautiful Place Out In The Country (2000) 'Come and live with us... in a religious community in a beautiful place out in the country.' Een uinodiging van DAvid Koresh en zijn Branch Davidians-sekte in Waco. Naast de titeltrack verwijst ook Amo Bishop Roden naar de sekte; het is de naam van een afvallig sktelid. Haar beeltenis priljkt op de achterkant van de cd, Koresh's oog priemt binnenin. Classic: Kid For Today. Maar de hele EP (4 tracks, 24 minuten) is briljant.

Geogaddi (2002) Inktzwarte plaat. Duister, sinister, bijna duivels. Maar toch ook weer heel melodieus en organisch. Barstenswvol geheime boodschappen, verwijzingen, mathematische concepten en getallensymboliek. Music is Math vergondigen ze aan het begin. In 1969 duiken de Branch Davidains weere op. Het nummer duurt 4:19. Op 19 april 1993 voltrok zich de slachtpartij in Waco. Achter elk detail schuilt een betekenis, zo lijkt het. Wie zijn platen graag achterstevoren draait, heeft aan Geogaddi een goede. In You Could Feel The Sky hoor je ineedns 'a god with hooves'; in A Is To B as B Is To C openbaren zich zowaar audio palindromen: 'all you love we' wordt 'we love you all' en 'I've been gone about a week' blijft exact hetzelfde! Vreemde, verontrustende plaat, Gyroscope kwam tot Marcus in een nachtmerrie, en dat is het: een nachtemerrie. Zij: 'Een claustrofobische trip door een wereld vol duisternis en paranoia met aan het eind een sprankje hoop.' Een journalist: 'Muziek als een spiraal of een fractal die gedetaileerder wordt naarmate je er dieper in gaat.' Het is de cd die de Schotten voor het eerst brede erkenning oplevert en ook in OOR tot een van de beste tien cd's van dat jaar gekozen wordt. Hitje: 1969.

The Campfire Headphase (2005) De nieuwe. Hij stelt niet teleur. 'een echte Boards Of Canada-plaat' vinden ze zelf, met elementen van Twoism en MHTRTC en subtiel ingebrachte gitaarloops. Gerdoomde roadtrip door het oude Amerika. Van minder donker dan Geogaddi. De good trip na de bad trip. Nog nooit klonken ze zo opgewekt als in Peacock Tail, hun 'Stevie Wonder-nummer' (Marcus). Pas op voor de slottrits: een zware depressie ligt op de loer.


Orbital? De makers van Chime, Belfast en Halcyon + On + On waren ook broers. Op het donkere podium droegen ze van die karakteristieke mijnwerkerslampjes, waarmee ze hun sequencers en samplers uitlichtten. Hun eerste platen waren oké, vinden Mike en Marcus, maar om nu ais tweed Orbital door het leven te moeten gaan... nee. Dus verzwegen ze toen ze bij Warp tekenden hun familieband. Tien jaar lang verstopte Marcus zich achter zijn tweede voornaam, Eion. Mike: 'Op alle Orbital-platen stond: written by Hartnoll & Hartnoll. Dat vonden we zo suf.' Ze wilden anoniem door het leven gaan en geen verhalen over 'de muzikale familie Sandison'. Ze hebben nog twee broers; die maken ook muziek. De één woont in Autralië, de ander in Londen. Mike en Marcus wonen in een kleineleefgemeenschap in de Schotse Pentland Hills, onder Edinburgh. Hun kinderjaren brachten ze door in Londen en Calgary. Daar zagen ze op tv de natuurdocumentaires van The National Film Board Of Canada. Vandaar. Overigens dreigt ook Mike te gaan uitvliegen. Zijn vriendin had een baan bij een designbureau in Auckland, Nieuw-Zeeland en wil graag terug. Mike twijfelt. Boards Of Canada zou een breedbandband moeten worden, terwijl het jammen zo essentieel is voor hun muziek. Er loopt altijd een taperecorder mee in de studio. Maar voor alles is een oplossing, zegt Marcus stellig. 'Ik zeg altijd: laat je niet door mij weerhouden, doe het! We doen dit al zolang als ik me kan herinneren [Mike sinds 1980, Marcus sinds 1986] en het is nooit een reden geweest om onze dromen niet na te jagen. Als ik zou denken dat ik ergens anders een gelukkiger leven kan opbouwen, dan zou ik me niet laten weehouden door de muziek. Daarom hab ik tegen Mike gezegd: ik wil er niet tussenkomen. Als jij het echt wilt, dan beschouw ik het niet als het einde, nee, dan beschouw ik het als een nieuwe uitdaging.' Uitdagingen genoeg, voorlopig. Ze hebben plannen voor soloprojecten. Ze zijn in onderhandeling over een soundtrack van een grote film. Ze zijn alweer aan een nieuwe Boards Of Canada-plaat begonnen (ze hebben nog een contract voor drie albums bij Warp). Mike: 'De volgende plaat zal voor iedereen als een shock komen. Dit verwacht niemand van ons.' En er zijn zowaar plannen voor wat liveshows met band in het voorjaar. Maar dat gerucht ging drie jaar geleden ook. Sinsdien zwegen ze.