banner design by Angel Draganov
 Actions

The Last Secret of Pop


title The Last Secret of Pop
author Koen Poolman
publication OOR
date 2005/11
issue 10
pages


"The Last Secret of Pop" (original text in Dutch) by Koen Poolman


Bibliography[edit]

  • ISSN 0921-1616

Text[edit]

Original[edit]

This is an original text copied verbatim from the original source. Do not edit this text to correct errors or misspellings. Aside from added wikilinks, this text is exactly as it originally appeared.

Invloeden

Laptopmuzikanten hebben het maar makkelijk: ze weten precies wat ze willen en hoe ze het gaan doen. Mike en Marcus worden heen en weer geslingerd tussen gitaar en computer, tussen akoestische en elektronische muziek, tussen oud en nieuw, tussen folk en avant-garde. Op hun nieuwe cd The Campfire Headphase' versmelten melancholische gitaren met chroomkleurige beats en synths. 'We voelen duidelijk de behoefte om belde wegen in te slaan,' bekent Mike. 'Iedere dag ligt ons hart ergens anders.' Hun invloeden lopen uiteen van klassieke muziek tot hiphop en van psych-folk uit de jaren zestig en zeventig tot de rare maatsoorten van de native Americans, de indianen. Ze zijn allebei klassiek geschoold op de piano en spelen gitaar. Mike is de beste drummer van de twee, Marcus' eerste instrument in een band was basgitaar. Tijdens de twee uur dat we met hen spraken, tekenden we de volgende namen op: Julian Cope, Bob Dylan, Pixies, Cocteau Twins, Phil Spector, Wim Wenders, HR Giger, The Polyphonic Spree, Sufjan Stevens, The Incredible String Band, Butterscotch Rum, Joni Mitchell, James Taylor, John Denver, Joy Division, The New Scientist (tijdschrift), Zabriskie Point, Jeroen Bosch, Aphex Twin, Autechre, My Bloody Valentine, Talk Talk, Stevie Wonder, Radiohead, Bibio, Fennesz, Alias, Boom Bip, cLOUDDEAD, Odd Nosdam, William Basinski's The Disintegration Loops I-IV, 'Maar,', voegde Mike er op een gegeven moment aan toen, 'ik kan hier een lijst van veertig namen geven en dan nog heb je niet één procent van de mensen die ons geïnspireerd hebben.' Waar ze beslist niet naar luisteren: folktronica, technopuristen en 'al die honderen Autechre-klonen zonder ideeën van zichzelf.'


Nog nooit spraken ze met een Nederlandse journalist. Ze spreken sowieso eigenlijk nooit. Optreden doen ze sinds hun entree in 1998 gemiddeld één keer per drie jaar. Hetzelfde tempo houden ze met hun albums aan. Ze wonen en werken teruggetrokken in de bossen van de Schotse Pentland Hills. Boards Of Canada: het laatste van de pop. Ze voegden weer en hoofdstuk aan hun mythe toe: The Campfire Headphase. Koen Poolman reisde af naar Schotland om zijn helden te ontmoeten.
door Koen Poolman


Laten we bij het eind beginnen: de Radiohead-vraag. Zonder Boards of Canada's Music Has The Right To Children (1998) had Kid A (2000) heel anders geklonken luidt de mare. Mike en Marcus aarzelen. 'Dat zou ik niet durven zeggen.' 'Dat is niet eerlijk ten opzichte van hen'. 'Alsof ze anders geen geweldige plaat hadden gemaakt.' 'Misschien hebben ze wel goed naar Aphex Twin en Autechre geluisterd.' Nee, dat succes willen ze niet claimen. Dat Thom Yorke een bewonderaar is van hun warme, broeierige elektronica, is genoeg. Kid A en Amnesiac vinden ze mooie platen. Ook U2 schijnt fan te zijn. Dat laat ze dan weer koud. De roem ze gestolen worden. Feit is dat Music Has The Right To Children en opvolger Geogaddi (2002) -- beide met 200.000 verkochte cd's Aphex Twin en Nightmares On Wax de bestsellers in de experimentele Warp-catalogus -- talloze bands en producers hebben geïnspireerd.


Het zijn van die platen die jarenlang meegaan en steeds beter worden. Ze logenstraffen het cliché van elektronische muziek als kille, cleane, mechanische, sciencefiction-achtige muziek voor de wereld van morgen. Hier is een groep die haar best doet haar geluid zo ouderwets, gamme en zelfs 'beschadigd' mogelijk te maken, die zich liever haar onbezorgde jeugd herinnert dan droomt van een leven tussen robots, die gitaren, fluiten, windorgels, drums, percussie, analoge synthesizers en aftandse taperecorders verkiest boven de nieuwste software, die voortdurend in folky sferen lijkten te verkeren, die verplicht tot luistere en die de perfectie afzweert. Menselijke muziek is niet ongenaakbaar. Geen kloppende pulse, maar een brok in de keel. Een lichte hapering. Een traan. En dan: een huivering. Je hoort dingen die je eerst niet hoorde. Stemmen, boodschappen, hallucinaties. Wie in de caleidoscopische wereld van Boards of Canada duikt, ontdekt sporen van occultisme, religieuze cults, spionagenetten, numerologie, mathematische concepten... Ze zitten verstopt in titels, artwork, samples, de lengte van de tracks, her aantal tracks, in talloze achterwaarts afgespeelde stemmen, zelfs in heuse audio palindromen: zinnetjes die voor- en achterwaarts afgespeeld identiek zijn. "The Devil Is In The Details" heette een van de nummers van Geogaddi. De cd telde 23 tracks (een mystiek getal voor occultisten), duurde 66 minuten en 6 seconden en was 666 Mb groot. Bijrollen: David Koresh, leider van de Branch Davidians-sekte in Waco, en Pan, de 'god with hooves', heidense god der weiden en bossen. Eerst zie je ze niet, dan lijken ze opeens overal te zitten. De magie van Boards of Canada - opererend vanuit een afgelegen woongemeenschap in de bossen van de Schotse Pentland Hills, onder Edinburgh, waar ze hun eigen studio hebben - kreeg langzaam een zwart randje. En al die jaren weigerden ze naar buiten te treden. Ze deden slechts een handvol interviews over de e-mail en stonden, na hun stille entree met Music Has The Right To Children, drie keer op een podium. Een enigma.


Nu hebben ze dan eindelijk ingestemd met een face to face interview. Eén per land, twee uur lang. Ze hebben een hoop uit te leggen. Over hun nieuwe album The Campfire Headphase bijvoorbeeld, maar ook over de wilde verhalen die het mysterie Boards of Canada zijn gaan omgeven. Ze willen bewijzen dat ze 'ordinary blokes' zijn en geen 'magiërs die mensenoffers brengen op een bergtop.' De mythe heeft een loopje met ze genomen, beseft Mike. 'Als je zolang uit de media wegblijft, gaan de mensen vanzelf de gaten in je verhaal opvullen.' Mike is Michael Sandison, 34 jaar, vader van een dochtertje van één. Hij oogt vermoeid. Lijdt aan slapeloosheld en depressies. Draagt een zwarte een zwarte trui, spijkerboek en gympen. Baardje van een week. Onopvallend. Marcus Eoin (32) is knapper, sportiever ook. Hij blijkt een fervent snowboarder. Getrimd baardje, het haar met gel in model gehouden. De ring om zijn vinger zegt dat hij vorig jaar getrouwd is. Op zijn T-shirt prijken de namen van weirdo-rappers Boom Bip en Dose One. Mike is een vlotte prater. Marcus is iets bedachtzamer, geeft uitleg bij Mike's verhaal. 'Het grootste misverstand,' gaat Mike verder waar hij begonnen is, 'is onze humor. Veel mensen missen onze ironie. Ze nemen alles wat wij doen veel te letterlijk.' Ze zijn, zegt hij bijna veronschuldigend, gewoon geïnteresseerd in oude culturen, religieuze uitspattingen, wetenschappelijke vraagstukken, alles wat afwijkt van de norm. Meer moeten we er niet achter zoeken. En nee, ze zijn beslist geen 'failed techno band', zoals ze wel eens lezen op internetfora van IDM-diehards. Ze hebben nooit intelligent dance music willen maken. 'Eigenlijk zijn we nooit geïnteresseerd geweest in dancemuziek, techno, of wat dan ook. Die wereld staat heel ver van de onze af. Van kinds of aan hebben we ieder instrument opgepakt dat voor het grijpen lag en er een hoop herrie meegemaakt. Wij zijn geen technokids.'


Enter: The Campfire Headphase. Weer zo'n ongepoetste juweel met intieme synths, beats en, voor het eerst, gitaarloops die, goed tegen het licht gehouden, langzaam begint te glinsteren, Met het licht reflecteert ook het beeld van een klassieke roadtrip door het oude Amerika, kriskras door de tijd. Titels als "Dayvan Cowboy, "'84 Pontiac Dream" en "Ataronchronon" (een oude indianenstam) verraden iets van de bedoeling. 'De basis,' legt Mike uit, 'is een fantasie, een mind trip. Je zit ergens in een kamp in het bos, spaced out rond het kampvuur. Het is donker, je bent alleen, je sluit de ogen en je fantaseert over het Amerika van de achttiende eeuw. Je verliest je tijdsbesef. Uren worden dagen, weken. Er gebeuren vreemde dingen, onverklaarbare dingen, sprongen in de tijd, transformaties, een beetje surrealistisch, zonder dat je het als zodanig ervaart.


Twoism (1995, reissue 2002) In eigen beheer uitgebracht debuut (oplage: 200). Acht nummers vol vreemde, dromerige, ambienteske, iet valse elektronica. Alsof het gat van de lp net naast het midden zat. Invloeden van Aphex Twin en Autechre zijn nog duidelijk hoorbaar. Via die laatsten belandde de lp bij het Skam-label uit Manchester. Zeven jaar later werd de lp, die inmiddels 500 euro op eBay opbracht, heruitgebracht, als enige van alle eigenbeheer-lp's en cassettes tot nu toe. Het duo speelt met het idee om ook Boc Maxima (1996) nog eens fatsoenlijk uit te brengen. Tot nut toe blijft de kluis met Music 70-demo's hermetisch gesloten. Hi Scores (1996) Mini-lp voor Skam. De eerste zes nummers die normaal verkrijgbaar waren. Dromerige elektronica, abstracte Autechre-beats en electro. Classics: "Everything You Do Is A Balloon", waarvan de melodie in een droom to Marcus kwam, en Turquoise Hexagon Sun (later ook op MHTRTC). 


Music Has The Right To Children (1998) Debuut voor Warp. Bij verschijnen nauwelijks opgemerkt, nu een klassieker bunnen de elektronische muziek en het vertrekpunt voor subgenres als indietronica en folktronica. De plaat met de kinderstemmetjes. Ze praten en tellen wat op en af, voor- en achteruit. Mellow beats, nostalgische synths, psychedelische en intieme, soms folky sferen, hemelse melodieën. De mooiste: "Roygbiv" (2:28) en "Olson" (1:24), van die typische BOC-miniatuurtjes die de gaten tussen de 'echte' nummers vullen en eigenlijk hun voorkeur genieten. Het zijn synthesizermelodieën die je aan het eind van een tv-serie zou kunnen horen, als de titelrol in beeld verschijnt. Chill-out-hit: "Aquarius". Zilj: 'Een plaat voor in de openlucht, op een koude, zonnige dag.' 


In A Beautiful Place Out In The Country (2000) 'Come and live with us... in a religious community in a beautiful place out in the country.' Een uitnodiging van DAvid Koresh en zijn Branch Davidians-sekte in Waco. Naast de titeltrack verwijst ook "Amo Bishop Roden" naar de sekte; het is de naam van een afvallig sektelid. Haar beeltenis prijkt op de achterkant van de cd, Koresh's oog priemt binnenin. Classic: "Kid For Today". Maar de hele EP (4 tracks, 24 minuten) is briljant. 


Geogaddi (2002) Inktzwarte plaat. Duister, sinister, bijna duivels. Maar toch ook weer heel melodieus en organisch. Barstensvol geheime boodschappen, verwijzingen, mathematische concepten en getallensymboliek.  "Music Is Math" vergondigen ze aan het begin. In "1969" duiken de Branch Davidians weer op. Het nummer duurt 4:19. Op 19 april 1993 voltrok zich de slachtpartij in Waco. Achter elk detail schuilt een betekenis, zo lijkt het. Wie zijn platen graag achterstevoren draait, heeft aan Geogaddi een goede. "You Could Feel the Sky" hoor je ineens 'a god with hooves'; in "A Is To B As B Is To C" openbaren zich zowaar audio palindromen: 'all you love we' wordt 'we love you all' en 'I've been gone about a week' blijft exact hetzelfde! Vreemde, verontrustende plaat, "Gyroscope" kwam tot Marcus in een nachtmerrie, en dat is het: een nachtmerrie. Zij: 'Een claustrofobische trip door een wereld vol duisternis en paranoia met aan het eind een sprankje hoop.' Een journalist: 'Muziek als een spiraal of een fractal die gedetailleerder wordt naarmate je er dieper ingaat.' Het is de cd die de Schotten voor het eerst brede erkenning oplevert en ook in OOR tot een van de beste tien cd's van dat jaar gekozen wordt. Hitje: 1969. 


The Campfire Headphase (2005) De nieuwe. Hij stelt niet teleur. 'een echte Boards Of Canada-plaat' vinden ze zelf, met elementen van Twoism en MHTRTC en subtiel ingebrachte gitaarloops. Gedroomde roadtrip door het oude Amerika. Van minder donker dan Geogaddi. De good trip na de bad trip. Nog nooit klonken ze zo opgewekt als in Peacock Tail, hun 'Stevie Wonder-nummer' (Marcus). Pas op voor de slottrits: een zware depressie ligt op de loer. 


Het is een droom, je ben écht die cowboy. Totdat de muziek ineens overgaat, zoals in "'84 Pontiac Dream". Je ontwaakt, je hoort stemmem om je heen, de regen komt met bakken uit de hemel, je zit ergens in Central Park in de verte hoor je iemand op een akoestische gitaar spelen en je weet bij God niet hoe je hier gekomen bent.' Marcus: 'Complete chaos, een wereld zonder logica, dat idee. Ken je de film Zabrieskie Point? Voor mij heeft deze plaat dezelfde sfeer. Het is een krankzinnige roadmovie. Er gebeurt van alles wat niet logisch is, je probeert er een lijn in te ontdekken, een verklaring te vinden, maar aan het eind van de film weet je nog steeds niet wat je er nu eigenlijk gebeurd is.' Mike: 'De centrale vraag is: hoeveel van deze voltrok zich in een hallucinatie? Wie wel eens een psychedelische ervaring heeft gehad, weet dat zoiets niet letterlijk na te vertellen is, het verandert ieder moment.' "Sherbet Head", zo'n miniatuurtje waarvan Boards of Canada er meer heeft, en vaak hele mooie, verwoordt de psychedelische ervaring misschien nog wel het best: een hoofd vol sorbetijs. Daas, wauws. Een beetje duizelig. Lichte tinteling. Was de inktzwarte voorganger Geogaddi een bad trip, The Campfire Headphase is zijn tegenhanger; de good trip.


Geogaddi eindigde met "Corsair", 'het licht aan het einde van de tunnel'; aan het einde van de good trip wacht een downer. De laatste drie tracks gaan diep, héél diep. Marcus: 'Daardoor blijft het langer hangen.' Mike: 'Ik zou nooit iets kunnen maken dat helemaal optimistisch is.' Vooral het afsluitende Farewell Fire, een pastorale orgeldrone, grijpt naar de keel. Ze willen niet zeggen voor wie het geschreven is, maar het kan alleen maar een dierbare geweest zijn die os overleden. Mike vertelt: "Farewell Fire" is Marcus op keyboards, meer niet. Hij heeft het in één nachtelijke sessie gemaakt. Er zitten momenten in dat het hapert en het echt voelt als iemand die van verdriet niet meer in staat is om goed te spelen. Dat kun je met geprogrammeerde muziek nooit bereiken. Ook al is het een elektronisch stuk, het klinkt heel menselijk, hartverscheurend. Het moment dat het even stopt, is alsof er naar adem gehapt moet worden, als een stem die even zwijgt.' Marcus: 'Veel mensen die elektronische muziek maken gaan ervan uit dat die steriel en mechanisch moet zijn... en futuristisch [cynisch lachje]. Dat is heel eenvoudig, het enige wat je hoeft te doen is de apparatuur aan te zetten. De kunst is om die synthetische klanken een emotie mee te geven, alsof het een stem is.' Een synthlijn, licht Mike toe, wordt geschreven alsof het een zanglijn is, een zanglijn die bijna vals is. 'De beste zangers hebben een beperkte stem. Zo'n stem als van Bob Dylan, zo nasaal, beven, nooit helemaal zuiver, is verre van compleet, maar zit barstensvol karakter. Als je een sessiezanger zou vragen een van zijn songs te zingen, dan zou het technisch perfect zijn, maar zielloos, zonder leven. Dat is precies wat wij onszelf steeds voorhouden: het mag niet perfect zijn. We stoppen er met opzet fouten en beschadigde geluiden in om de muziek te laten ademen.'


Wie voor het eerst een plaat van Boards of Canada hoort, zal zich verbazen over het 'zingende' geluid op de achtergrond, alsof de opnameband niet helemaal strak liep. Dat is precies wat er aan de hand is. Het duo zweert bij het geluid van oude cassettebandjes die niet meer zo goed afspelen, waarvan het geluid af en toe wegvalt, of is afgevlakt, die to langzaam gaan, of juist net iets te snel. Het geeft de opname een magisch tintje, vinden ze. Het voert hen terug naar de tijd dat ze zelf nog bandjes draaiden, naar hun verloren jeugd. Debuut-lp Twoism (1995) klonk als een mispersing, alsof het gat niet precies in het midden zat. "Slow This Bird Down", op de nieuwe cd, heeft dit ook. De 'zingende gitaar' in "Chromakey Dreamcoat" is opgenomen op het strand met de verrotste taperecorder die Marcus kon vinden. Hij heeft ook een digitale. Gebruikt ie zelden. De moldie van "Julie And Candy" (op Geogaddi) werd opgenomen met een paar fluiten en vervolgens eindeloos heen en weer gestuurd tussen de ingebouwde microfoons van twee tapedecks totdat er niets meer dan een luide, mistige galm, een soort misthoorn, overbleef. Veel, bijna alles, wat je op hun platen hoort, komt van een fluit, een gitaar, een piano, een percussie-instrument, een windorgel of een ander exotisch instrument, maar de geluiden worden dermate lang 'behandeld' dat ze zelden als dusdanig herkenbaar zijn. Het lijken allemaal synthesizergeluiden. Hoe langer je een geluid bewerkt, hoe synthetischer het klinkt, legt Marcus uit. Hun synthesizers zijn trouwens ook vintage: oude analoge modellen met knarsende en krakende geluiden.


Noem hun werkwijze nooit nostalgisch; Marcus heeft er een hekel aan. Retro, nog zo'n woord. Te gemakkelijk, vindt hij. 'Wij refereren aan iets uit het verleden, iets tragisch of iets moois dat verloren is gegaan, we proberen dat terug te halen, maar daar stoppen we niet, we proberen het verder te brengen, ons voor te stellen wat ervan geworden zou zijn als het nog steeds zou bestaan. We kopiëren het verleden niet, we herschrijven het, we negeren de loop die de geschiedenis heeft genomen. We gaan terug naar een bepaald moment in tijd en plaats en slaan dan een alternatieve weg in. We zeggen tegen elkaar: Make it 1978 and then take it somewhere. Hoe had de muziek van nu geklonken als we toen met z'n allen die andere weg waren ingeslagen? Een soort parallelle wereld.' Mike: 'Alsof de nineties nooit hebben plaatsgevonden, zoiets. Waar zouden de wereld en de muziek zijn als we die tijd hadden overslagen?' De nineties, voor de goed orde, staan met hun schreeuwerige MTV-cultuur, hun ongebreidelde hedonisme en alsmaar verdergaande globalisatie voor alles wat fout is volgens het teruggetrokken levende duo. Ze geloven heilig in een 'sideways culture'. Marcus: 'De meeste mensen nemen de wereld zoals zij is, ze staan nooit stil bij de vraag hoe de wereld er had kunnen uitzien als we niet met z'n allen door een tunnel waren gegaan. Als je kijkt naar de huidige staat van de muziek en je beschouwt de wortels van die muziek, dan wordt die weg automatisch gezien als de enige die de muziek had kunnen afleggen. Niemand realiseert zich dat die aanname bepalend is voor wat ze doen. Ze volgen gewoon dat pad. Zie het als een gang ledereen staat middenin de gang, de uitgang lonkt. Ze beschouwen de situatie en wéten: we móeten aan het eind van de gang zien te komen. Wat wij proberen te doen is ons voor te stellen dat er naast die gang nóg een gang is en dat je die gang wellicht via een geheime doorgang kunt bereiken.'


Mike toont zich een groot bewonderaar van [wikipedia:Jeroen Bosch|Jeroen Bosch] (1450-1516), de diepreligieuze schilder wiens werk stilistisch noch thematisch aansloot bij stromingen uit zijn tijd. In tegenstelling tot het serene werk van zijn tijdgenoten ging het fantastische werk van Bosch over angst, afschuw en rampspoed. 'Zijn werk zat vol vreemde, spookachtige elementen,' doceert hij, 'elementen waarvoor geen verklaring was. Het waren fantasieën. Zijn werk was surrealistisch voordat het surrealisme was uitgevonden. Zijn verbeelding was de doorgang naar een andere wereld. Er zitten elementen in zijn werk die er niet zouden moeten zitten, inconsequenties, en juist die maken zijn werk zo sterk, zo aangrijpend.' Hij trekt een parallel met Music Has The Right To Children, waarop naïeve kinderstemmetjes botsen met atonale geluiden, chroomkleurige beats en dissonante melodieën. 'Die kinderstemmetjes brengen je van je stuk, ze horen niet thuis in zulke duistere muziek. Je wéét het gewoon niet. Maar het grijpt je wel aan.' 'Als je schilderijen zou maken van wat er volgens ons op onze platen gebeurt,' zegt Mike, en hij verontschuldigt zich bij voorbaat voor de pretentie die in deze uitspraak besloten ligt, 'dan zouden dat hele surrealistische werken worden. Er zou niks van kloppen. En toch zou je het niet hoeven uitleggen.' Marcus: 'Als je het moet uitleggen, is het geen kunst meer.'


Tuig een plaat op met verborgen boodschappen over God en Satan en stervelingen die geloven dat zij afgezant van een van beiden zijn, en je eindigt met een altaar. Zo noemt Marcus het vorige album Geogaddi, een altaar. Hij zegt het lichtelijk smalend. Op Internet circuleren de wildste theorieën en analyses over de inmiddels drie jaaroude plaat. Over David Koresh en zijn Branch Davidians, aan wie het nummer "1969" en de ep In a Beautiful Place out in the Country zouden zijn gewijd (klopt). Over de adaptatie van de gulden snede en bijzondere cijferreeksen zoals de Fibonacci-reeks in notenschema's en songstructuren (klopt). Over links naar het werk van Berthol Brecht (onzin). Over samples van uitzendingen van spionagediensten in de Koude Oorlog (klopt). Over satanisme (onzin). Over audio palindromen ('de techniek staat voor niks').


Orbital? De makers van Chime, Belfast en Halcyon + On + On waren ook broers. Op het donkere podium droegen ze van die karakteristieke mijnwerkerslampjes, waarmee ze hun sequencers en samplers uitlichtten. Hun eerste platen waren oké, vinden Mike en Marcus, maar om nu ais tweed Orbital door het leven te moeten gaan... nee. Dus verzwegen ze toen ze bij Warp tekenden hun familieband. Tien jaar lang verstopte Marcus zich achter zijn tweede voornaam, Eoin. Mike: 'Op alle Orbital-platen stond: written by Hartnoll & Hartnoll. Dat vonden we zo suf.' Ze wilden anoniem door het leven gaan en geen verhalen over 'de muzikale familie Sandison'. Ze hebben nog twee broers; die maken ook muziek. De één woont in Australië, de ander in Londen. Mike en Marcus wonen in een kleineleefgemeenschap in de Schotse Pentland Hills, onder Edinburgh. Hun kinderjaren brachten ze door in Londen en Calgary. Daar zagen ze op tv de natuurdocumentaires van The National Film Board of Canada. Vandaar. Overigens dreigt ook Mike te gaan uitvliegen. Zijn vriendin had een baan bij een designbureau in Auckland, Nieuw-Zeeland en wil graag terug. Mike twijfelt. Boards Of Canada zou een breedbandband moeten worden, terwijl het jammen zo essentieel is voor hun muziek. Er loopt altijd een taperecorder mee in de studio. Maar voor alles is een oplossing, zegt Marcus stellig. 'Ik zeg altijd: laat je niet door mij weerhouden, doe het! We doen dit al zolang als ik me kan herinneren [Mike sinds 1980, Marcus sinds 1986] en het is nooit een reden geweest om onze dromen niet na te jagen. Als ik zou denken dat ik ergens anders een gelukkiger leven kan opbouwen, dan zou ik me niet laten weehouden door de muziek. Daarom heb ik tegen Mike gezegd: ik wil er niet tussenkomen. Als jij het echt wilt, dan beschouw ik het niet als het einde, nee, dan beschouw ik het als een nieuwe uitdaging.' Uitdagingen genoeg, voorlopig. Ze hebben plannen voor soloprojecten. Ze zijn in onderhandeling over een soundtrack van een grote film. Ze zijn alweer aan een nieuwe Boards Of Canada-plaat begonnen (ze hebben nog een contract voor drie albums bij Warp). Mike: 'De volgende plaat zal voor iedereen als een shock komen. Dit verwacht niemand van ons.' En er zijn zowaar plannen voor wat liveshows met band in het voorjaar. Maar dat gerucht ging drie jaar geleden ook. Sindsdien zwegen ze. 


Over de albumtitel, die zoiets als De Woeste Aarde zou betekenen (stilzwijgen). Dat laatste laten ze graag open. Er moet nog wel iets te raden overblijven. Al die 'dingetjes', zoals Mike ze noemt, plaatsen de instrumentale muziek in een context, ze brengen een lijn aan, een concept, zo je wilt. 'Zolang je bij concept maar niet denkt aan een plaat over de regels van het schaakspel.' Op Geogaddi waren de 'dingetjes' ontsproten uit de donkerste krochten van hun ziel, op al hun andere platen kun je ze herleiden tot een verlangen naar hun jeugd - het Leitmotiv in dit verhaal. De verloren jeugd, de tijd dat gevoel dat iedere adolescent langzaam kwijtraakt. 'Als ik depressief ben, en ik heb een lange geschiedenis van depressies,' bekent Mike, 'dan zoek ik altijd troost in mijn kinderjaren. Die weemoed is altijd aanwezig in onze muziek.' Eén ding wil hij nog over Geogaddi kwijt: 'Het was een project, It's its own thing. Een claustrofobische trip door een wereld vol paranoia en duisternis. Veel mensen verwarren de plaat met de mens. Wij zijn geen doemdenkers.' 'Vergeet niet,' zegt hij even later, 'dat we in de studio zaten toen 9/11 gebeurde. De laatste vijf maanden van Geogaddi vielen samen met de nasleep van 9/11. Het was een angstige tijd, het voelde alsof we terugkeerden naar de Koude Oorlog. Opeens bekroop me weer de angst die ik als kind al gevoeld had voor de atoombom. Ik denk dat iedereen van onze generatie dat gevoel wel kent. We ontkwamen er niet aan, het drukte ons gemoed. De toon werd steeds beklemmender. De sfeer, de samples, het heeft er allemaal mee te maken.' 'Bovendien,' gaat hij verder, 'ging ik zelf door een moeilijke periode. Het was een klotejaar.'


'Nu, vier jaar later,' neemt Marcus het over, 'lijkt die dreiging van 9/11 permanent geworden. De wereld lijkt permanent veranderd, blijvend onveiliger. Meer chaos en duisternis en paranoia. Als je dat dag in dag uit ervaart, ga je je vanzelf afvragen: hoe kunnen we hieraan ontsnappen? Hoe kunnen we die realiteit vergeten?' Mike: 'In plaats van mee te gaan in de psychose kun je ook een uitvlucht zoeken.' Toeval of niet, in dezelfde periode luisterde hij graag naar de eerste plaat van positivo's The Polyphonic Spree. 'Ik dacht: ik wil ook weer iets hoopvols maken' En zo werd het idee voor The Campfire Headphase Geboren: ze zouden teruggaan naar de tijd dat hun muziek nog simpel escapisme was. Terug naar Twoism, het debuut met zijn gekke zingende geluid. 'Twoism is waarschijnlijk de minst politieke plaat die we gemaakt hebben. Het is muziek om bij weg te dromen. Ook al is je leven klote en haat je je werk, als je de plaat opzet en je laat meevoeren door de melodieën, vergeet je al je ellende. Dat hebben we nu ook wee proberen te creëren: een luchtbel waarin je kunt opstijgen en wegzweven. Weg van alles. De nieuwe plaat heeft geen geheime agenda. Het enige wat hij zegt is: fuck all this stuff, zet het nieuws uit, zeg die klotebaan op, maak dat je wegkomt uit de stad, neem de tijd om eens terug te denken aan gelukkiger tijden. ledereen heeft wel een jaar in zijn hoofd, de beste zomer van zijn leven. Dat is ons doel: we bieden je een venster naar de beste zomer van je leven.' Marcus: 'Zie het als een hulpmiddel. Een tijdmachine. Een privétijdmachine. Onze muziek werkt niet in de openbare ruimte, zij spreekt tot één luisteraar tegelijk. Het is muziek om in je eentje naar te luisteren. Om in weg te kruipen. We bieden je een veilige haven.' Mike: 'A place to go.' Dan realiseert Mike ineens iets: 'Nu ik er zo over nadenk, dit is iets wat wij als vanzelfsprekend beschouwen, zozeer zelfs dat we ons niet kunnen voorstellen dat er mensen zijn die iets anders zouden willen bereiken met hun muziek. Maar veel mensen die urban muziek maken, of dat nu r&b of iets anders is, die denken precies het tegenovergestelde. Ze zeggen bijna: wat we ook doen, het moet wel van deze wereld zijn, het moet het hier en nu representeren, het mag niet te veel afwijken. Het moet geschikt zijn om in Gap gedraaid te worden. Muziek is voor mij een escape from Gap. Als ik een kledingwinkel binnenloop, denk ik al gauw: fucking hell, ik zou wel iemand iets kunnen aandoen, ik moet hier zo snel mogelijk weer weg terug naar mijn fantasiewereld.'


Terug naar de bossen van de Pentland Hills. Terug naar zijn vriendin en zijn dochtertje. En terug naar zijn broer. Want na enig aandringen willen ze het wel toegeven: Mike Sandison en Marcus Eoin zijn broers. Eoin - speek uit: lan - is Marcus' tweede voornaam. Ze hebben het tien jaar lang geheimgehouden. Het doet er niet toe, vinden ze. Het verhaal is de muziek, niet de mensen. De mythe vervaagt, de muziek blijft. Niemand kent ze, niemand heeft ze ooit zien optreden, niemand heeft ooit een advertentie of een videoclip of een tv-optreden van ze gezien (die bestaan niet), niemand weet wat ze precies denken, maar 200.000 eenzame zielen herkennen hun stille verdriet. Hun verlangen baarde de mooiste muziek van de laatste tien jaar. Vraag het maar aan Thom Yorke.

Translated[edit]

Boards of Canada article, OOR, October 2005.


Influences


Laptop musicians have got it easy: They know exactly what they want and how to go and do it. Mike & Marcus drift to and fro between guitar and computer, acoustic and electronic, between old and new, folk and avant-garde. On their new lp The Campfire Headphase, they fuse melancholic guitars with chrome coloured beats and synths. "We clearly feel the need to go in both directions", confesses Mike. "Every day, our hearts are somewhere else." Their influences diverge from classical to hip-hop, and from the psychedelic folk of the 60's & 70's, to curious Native American rhythmic measures. They're both classically trained pianists and can play guitar. Out of the two, Mike is the better drummer, while Marcus's first instrument was playing bass in a band. During the two hours speaking to them, the following names were jotted: Julian Cope, Bob Dylan, The Pixies, Cocteau Twins, Phil Spector, Wim Wenders, H.R. Giger, The Polyphonic Spree, Sufjan Stephens, The Incredible String Band, Butterscotch Rum, Joni Mitchell, James Taylor, John Denver, Joy Division, The New Scientist (magazine), Zabriskie Point, Hieronymus Bosch, Aphex Twin, Autechre, My Bloody Valentine, Talk Talk, Stevie Wonder, Radiohead, Bibio, Fennesz, Alias, Boom Bip, cLOUDDEAD, Odd Nasdam, William Basinski's The Disintegration Loops I-IV. "But", Mike adds at a certain moment, "I can give you a list of 40 names, and you still won't even have 1 percent of the people who have influenced us." What is certain is that they're not listening to 'folktronica', Techno purists and "all the hundreds of unoriginal Autechre clones who've got no ideas for themselves."


Interview


They've never talked with a Dutch journalist. In any case, they don't talk at all. Performed since their entry in 1998 an average of once every three years. Keeping that same tempo with their albums. They live and work, self-contained in the woods of the Scottish Pentland Hills. Boards of Canada: Music's last mystery. They've just added another chapter to their myth, The Campfire Headphase. Koen Poolman travelled to Scotland to meet his heroes...


By Koen Poolman


Let's begin at the end: The Radiohead question. Without Boards of Canada's Music Has The Right To Children [MHTRTC] (1998), Kid A (2000) would have sounded completely different, according to reports. Mike and Marcus hesitate - "I'd never dare say that", "as if they haven't made other fantastic albums", "maybe they'd been listening to Aphex and Autechre." No, that success they refuse to claim. That Thom Yorke is an admirer of their warm, brooding electronica is enough. They think that Kid A and Amnesiac are beautiful records. However, U2 also appear to be fans. That leaves them cold. They couldn't care less about fame. Fact is, MHTRTC and its follow-up Geogaddi - both sold more than 200,000 copies - after Aphex Twin and Nightmares On Wax, the best-sellers in Warp's experimental catalogue - countless bands and producers have been inspired.


It's that their records get better as time goes by. They belie the cliché of electronic music being cold, unemotional, mechanical, 80's science-fiction movie music for tomorrow's world. Here is a band who do their best to make their sound antique, rickety, damaged even, preferring memories of a carefree youth rather than dreaming of a life amongst robots. Guitars, flutes, aeolian harps, drums, percussion, analogue synths and portable tape-recorders chosen above the newest software. A continuous association of folky atmospheres which demands your attention and renounces perfection. Human music that is not inaccessible. No beating pulse, rather a lump in the throat. A slight falter. A tear.

And then: A shiver. You hear things you didn't notice at first. Voices, messages, hallucinations. Whoever dives into the psychedelic world of Boards of Canada, discovers traces of occultism, religious cults, spies, numerology, mathematical concepts... These are hidden in titles, artwork, samples, the length of tracks, the total number of tracks, in numerous backward-masked voices, even indeed in audio palindromes, sentences which played backwards or forwards that sound identical. "The Devil Is In The Details" is the name of one of the tracks from Geogaddi. The lp lists 23 tracks (an enigmatic number for occultists), is 66 minutes 6 seconds in duration and 666 megabytes in size. It co-stars David Koresh, leader of the Branch Davidians in Waco, and Pan, "the God with hooves", Pagan God of woods and meadows, responsible for striking sudden fear in lonely travellers. At first you don't see them and then all of a sudden they seem to be everywhere. The magic Boards of Canada - operating out of a remote commune in the heart of the Scottish Pentland Hills, just south of Edinburgh, where they have their own studio - take it slow on the dark periphery. In all these years refusing to step outside. They've done only a handful of interviews, over e-mail, and after their entry with Music Has The Right To Children, stood three times on the stage.

An enigma.


Now they've finally agreed to do a face-to-face interview. One per country, 2 hours long. They hope to clear something up, about their new lp The Campfire Headphase, for example, but also of the wild tales of the mysterious BoC given about them. They want it known that they are 'ordinary blokes', not "mages bringing sacrificial offerings to the mountaintop." The myth had a bit to do with themselves, realises Mike. "If you keep out of the media so long, people begin to fill in the gaps themselves."

Mike is Michael Sandison, 34 years old, father of a one year old daughter. Visibly tired. Suffers sleeplessness and depression. Wearing a black jumper, jeans and trainees. A week's growth. Inconspicuous. Marcus Eion (32) is smarter, sportier also. Neatly trimmed beard, gelled hair. Evidently a keen snow-boarder. The ring on his finger tells us he was married last year. His t-shirt flashing the names or weirdo rappers Boom Bip and Dose One. Mike talks smoothly and easily, Marcus is more circumspect, giving explanations to Mike's story.

"The greatest misunderstanding", says Mike where he left off, "is of our humour. Most people miss the irony. They take everything we say literally." Almost apologetic, he says they're just interested in old cultures, religious excesses, scientific problems, everything that deviates from the norm. We shouldn't be looking for more than that. And no, they are resolutely no 'failed techno band' that you see much of on IDM-nerd internet forums. They've never wanted to make 'Intelligent Dance Music', "actually we've never been interested in dance music, techno or whatever. The world exists in a far off place from us. Since kids, all we've ever wanted to do is to make as much a racket as possible with every instrument that fell in front of us. We're not technokids."


Enter The Campfire Headphase. Another unpolished gem, with intimate synths and beats, and for the first time, guitar loops, which, held up to the light look good and slowly begin to sparkle. The light also reflects the image of a classic road-trip through the old America, criss-crossing time. Titles such as "Dayvan Cowboy", "'84 Pontiac Dream" and "Ataronchronon" (an old Native tribe) betrays something of the intention.

"The basis", explains Mike, "is a fantasy, a mind trip. You're sitting in the woods, spaced out around the camp-fire. It's dark and you're alone. You shut your eyes and fantasise over 18th century America. You loose sense of time. Hours become days, weeks. Strange things happen, inexplicable things. Leaps in time, transformations, a bit surrealistic, something that you haven't experienced before. It's a dream, you're a genuine cowboy. Till the music merges and changes, such as in '84 Pontiac Dream. You wake up, you can hear voices behind you, the heavens come crashing down, and you're in Central Park, someone playing acoustic guitar in the distance, and God only knows how you got here."

Marcus: "Utter chaos, a world without logic, that sort of idea. Do you know the film Zabriskie Point (Antonioni, 1970)? If you ask me, this record's captured the same atmosphere. It's a crazy road movie. Everything that happens has no logic, you try to discover a line, to find an explanation, and yet at the end of the film, you still don't know exactly what happened." Mike: "The central question is: How many of these experiences are real? Have we found real places? How many were part of a hallucination? Someone who's had a psychedelic experience knows very well, that some things can't be literally described, it changes each moment."

"Sherbet Head", one of the often beautiful vignettes BoC are so fond of, perhaps best describes the psychedelic experience: A head full of sorbet. A bit dizzying. Slight tingles. If the pitch-black predecessor Geogaddi was a bad trip, The Campfire Headphase is its counterpart: The good trip.


Geogaddi ended with "Corsair", 'the light at the end of the tunnel'; at the end of the good trip awaits a downer. The last 3 tracks are deep, very deep. Marcus: "Therefore it hangs longer." Mike: "I can't make anything that's completely optimistic." Especially the closing "Farewell Fire", a pastoral organ drone, catches you in the throat. They won't tell me who it was written for, but it can only be for a departed beloved.

Mike relates: ""Farewell Fire" is Marcus on keyboards, nothing more. He made it one night during a session. There are faltering moments and it really sounds like someone who, because of grief, isn't in a good state to go on playing. That's something you could never reach with programming. Although it's an electronic piece, it sounds very human and heart rending. Just at the moment it stops, it's like a faltering breath, like a voice that's just fell silent." Marcus: "Many people who make electronic music insist that it has to be sterile and mechanical... and futuristic" (laughter). "That's very simple. All you have to do is turn on the equipment. The art is giving synthetic sounds emotion. As if it's a voice."

A synth-line, Mike lets known, is written just like a vocal phrase. A vocal phrase that's almost forged. "The best singers have a limited voice. A voice like Bob Dylan, so nasal, trembling, not altogether clear, far from complete, yet brimming with character. If you ask a session musician to sing you one of their songs, it's technically perfect but soulless, without life. That is precisely our principle: It must not be perfect. We include intentional mistakes and damaged sound in order to let the music breathe."


Whoever hears a BoC record for the first time is amazed by the 'singing' sound in the background, as if the cassette wasn't shut properly. That's precisely what's going on. The duo swear by the sound of old tape-recorders that don't play so well anymore, where the sound drops out now and again, or is off-level, goes to slow, or just a bit too fast. They find it gives their recordings a magical tinge. It takes them back to the time when they made cassettes themselves, to their lost youth. Their debut lp Twoism sounds like a mispress, as though it was off-center. "Slow The Bird Down" from their new album has this quality as well. The 'singing' guitar in "Chromokey Dreamcoat" was recorded on a beach with the most fucked-up tape-recorder Marcus could find. He's also got a digital one. Seldom uses it. The melody from "Julie and Candy" was recorded with a pair of flutes, continuously bounced between the built-in microphones of two tape recorders, until little more than a sound, a foggy reverberation, a kind of siren, survives.

Nearly everything you hear on one of their records, comes from a flute, a guitar, a piano, a percussion instrument, an aeolian harp, or some other exotic instrument, yet the sounds are so carefully treated that they are seldom recognisable. The more you play with a sound, the more synthetic it becomes, explains Mike. Their synths are also faithfully vintage: Old analogue models with crunchy and crackling sound.


Never call their work nostalgic; Marcus dislikes it. 'Retro' is such a word. It's too easy, he finds. "We refer to things from the past, something tragic or beautiful that's lost, we try to bring it back. But it doesn't stop there: We try to go further, to suppose what would happen if that time still existed. We don't imitate the past, we rewrite it, changing the course history has taken. We go back to a certain place and time and tread an alternative way back in. We'll say: Make it 1977 and then take it somewhere. How would the music have sounded now, if, back then, we had beat a different path? A sort of parallel world." Mike: "As if the 90's had never happened, or something. Where would the world, the music be, if we'd skipped time?"

The 90's, with it's loud MTV culture, its unbridled hedonism, and its furthering globalisation, stand for everything that's wrong for the retiring duo.

They sacredly believe in a 'sideways culture'. Marcus: "Most people take the world as it is, they don't ever ask how the world exists, as if they're all going through a tunnel. If you look at the current state of music and you consider its roots, then the way to go is automatically seen as the only way the music could have been put down. Nobody realises that it's that presumption that determines what they do, they just follow that path. Look at it like a corridor. Everyone stands in the middle, making eyes for the exit. They consider the situation and know: We must come to the end of the corridor. What we try to do, is put another corridor next to it, one that you can perhaps reach via a secret entrance."


Mike shows himself to be an admirer of Hieronymus Bosch (1450-1516), the deeply religious painter whose work carries the style and themes of his day. In contrast to the serene work of his peers, Bosch's fantastic work is about angst, horror and adversity. "His work is full of strange, spooky elements." Mike explains, "elements that don't have any explanation. They were fantasies. His work was surrealistic before surrealism was invented. His paintings were the passage to another world. There are elements in his work that shouldn't be there, inconsistencies, which rightly, make the work so strong, so stirring." He makes a parallel with MHTRTC, where naive children’s voices clash with atonal sound, chrome coloured beats and dissonant melodies. "The children’s voices brings it out. They make a big impression, they don't seem at home in such cryptic music. You don't know why they're there, they just are. They suggest innocence, but also danger. You just don't know what it is. Yet it somehow grips you."

"If you should make paintings about what happens on one of our records," says Mike, and he apologises himself in advance for the pretentiousness in the next statement, "then it should be a completely surrealistic work. Nothing should make sense. Everything's made up. And it should be something you don't have to explain."

Marcus: "If you have to explain it, then it's not art."


Rig a record up with hidden messages about God and Satan and mortals who feel that they are an ambassador of both, you wind up with an altar. That's what Marcus calls the previous album Geogaddi, an altar. He says, a bit with scorn. On the internet circulate the wildest theories and analysis about the three year old record. About David Koresh and his Branch Davidians, who, on the track "1969" and the ep In A Beautiful Place Out In The Country are consecrated (correct). Over the use of 'the Golden Section' and other unusual number sequences such as the Fibonacci-series in musical arrangements and song structures (correct). About links with the work of Bertholt Brecht (nonsense). About samples taken from spy-agencies during the cold war (correct). About Satanism (nonsense). About audio palindromes ("with technique, anything is possible.") Over the album title having something to do with signifying the desertification of the planet (quiet). They leave that last one open. There must be something left to puzzle over.

All the 'little things', as Mike calls them, place the instrumental music in context, a thread through it, a concept if you like. "As long as you think of it as a concept, not as you would over the rules of a game of chess."

On Geogaddi stood 'little things' originating from the darkest caverns of their souls. On their other records, you can hear the desire for the simplicity of their youth. The leitmotiv in this story. Lost youth, the time when life was simple and you were just happy, that's what they are looking for. The warmth. Innocence. That feeling that every adolescent slowly loses. "If I'm depressed... and I've got a long history of depression", Mike lets on, "then I always look for comfort in my childhood years. That sadness is always present in our music."

One thing he wants to dispel about Geogaddi: "It was a project. It's its own thing. A claustrophobic trip through a world full of paranoia and darkness. Some people confuse the record with us. We're no doom merchants."

"Don't forget," he says just after, "we were in the studio when 9/11 happened. The last five months recording Geogaddi were spent in the aftermath of 9/11. It was an anxious time and it felt like we were going back to the cold war. Again, I was reminded of the anxiety I had felt as a child about the nuclear bomb. I think everyone from our generation knows that feeling very well. We couldn't get rid of it, it affected our mood. The tone got more oppressive. The atmosphere, the samples... It's got everything to do with it." "Besides", going further, "I was going through a difficult period. It was a fucked-up year."


"Now, four years later", Marcus takes over, "It seems the threat of 9/11 has become permanent. The world has been permanently changed, permanent danger. More chaos and darkness and paranoia. If you experience that day in day out, you have to ask yourself: How can we escape this? How can we forget about reality?" Mike: "Instead of going insane you can look for a way out." Accident or not, at the time Mike was listening a lot to the first lp from positivos The Polyphonic Spree. "I thought: I want to make something hopeful again."

And so, the idea for The Campfire Headphase was born: They wanted to go back to the time when making music was for them simply an escape. Back to Twoism, their debut lp, with its maddening singing sound. "Twoism is probably the least political record we've made. It's music to dream to. If your life's shit and you hate your job, you put on a record, the melodies move you, you can forget everything. That's what we've tried to recreate again. An air bubble in which you can rise and fly off. Away from everything. The new record's got no hidden agenda. The only thing it says is 'fuck all this stuff', switch off the news, fuck the job off, get out of the city and take the time to go back and think about happier times. Everybody has a year in their head, the best summer of their lives."

Marcus: "See it as a remedy. A time-machine. A private time-machine. Our work doesn't work in public places, it speaks at once to the listener. It's music to listen to on your own. Somewhere to creep off. We offer you a safe haven."

Mike: "A place to go."

Then Mike suddenly realises: "Now, if I think about it, this is something that we consider a matter of course, so much so that we can't imagine that there are other people who should want to achieve something different with their music. Yet many of the producers making urban, and now R&B, or whatever, they think precisely the opposite. What they almost say is: What we're doing, it must represent here and now, it mustn't deviate too much. It has to be suitable to be played in Gap. Music for me, is an escape from Gap. If I wander into a clothes shop, I swiftly think: fucking hell, somebody should do something about this, I've got to get away from here as fast as possible, back to my fantasy-world."


Back to the woods of the Pentland Hills. Back to his girlfriend and daughter. And back to his brother. Only after urging, they add: Mike Sandison and Marcus Eion are brothers. Eion - pronounced Ian - is Marcus's middle name. They've kept it secret for 10 years. They think it's not important. The story is the music, not the people. The myth fades, the music remains.

Nobody knows them, nobody's ever seen them perform, nobody has ever seen an advert or a video or TV performance by them (they don't exist), nobody knows precisely what they think, yet 200,000 solitary souls identify with their quiet sadness. Their longing has borne the most beautiful music of the last ten years. Just ask Thom Yorke.


appendix


Orbital?


The producers of Chime, Belfast and Halcyon + On + On were also brothers. On the dark stage they wore their characteristic miner's lamps to light up their samplers and sequencers. The first lp's were OK, find Mike and Marcus, but now, to go through life as the second Orbital... no. Therefore they kept silent when Warp signed their family band. For 10 years, Marcus hid himself behind his middle name, Eion. Mike: "On all their records is written: by Hartnoll & Hartnoll. We find it nerdy." They wanted to keep on living anonymously and to avoid stories over the 'musical family Sandison'. They've got two other brothers, also musicians. One of them lives in Australia, the other in London. Mike and Marcus live in a small commune in the woods of the Scottish Pentland Hills, just beneath Edinburgh. They were brought up in London and Calgary. There they saw nature documentaries by the National Film Board of Canada on TV. From there... For that matter, Mike is also threatening to fly off, his girlfriend had a job in a design bureau in Auckland, New Zealand, and would like to go back. Mike has doubts. BoC may have to become a broad-band band while jamming is so essential for their music. A tape recorder is always running in the studio. Yet for everything there is a solution, says Marcus positively. "I'm always saying: Don't let me hold you back, do it! We've done this for as long as I can remember (Mike since 1980, Marcus since 1986) and it's never been a reason for us not to reach our dreams. If I should think that there was something else that could make life happier, then I wouldn't be restrained by the music. That's why I've said to Mike: I don't want it to come between us. If that's really what you want, don't consider it the end, think of it as a new challenge." For the time being, enough challenges. They've got plans for projects of their own. They're in negotiations for a soundtrack to a big film. They've already begun a new lp (they have a contract for another three albums with Warp). Mike: "The next album shall come as a shock to everyone. Nobody will expect this from us." And there really are plans for some live performances with a band in the new year. But that rumour went around three years ago as well. They've kept silent since.


TWOISM (1995, REISSUE 2002)


Brought out themselves (200 copies). Eight tunes full of strange, dreamy ambience, somewhat deceptive electronica. It's as if the record plays off-center. Influences of Aphex and Autechre are clearly hearable. Via the latter, their lp ended up with the Skam label from Manchester. Seven years later, which in the meantime was fetching 500 Euro on ebay, was re-released, the only one of their privately managed lp's and cassettes so far. They've played with the idea of Boc Maxima (1996) having a decent release. Up to now, the closet with the Music 70 demos has remained hermetically sealed.


HI SCORES (1996)


Mini lp for Skam. The first six tunes normally available. Dreamy electronica, abstract Autechre-like beats and electro. Classics: "Everything You Do Is A Balloon", the melody from which came to Marcus in a dream, and "Turquoise Hexagon Sun" (also on MHTRTC).


MUSIC HAS THE RIGHT TO CHILDREN (1998)


Debut for Warp. Appeared scarcely without a remark, now seen as a classic in the world of electronica, and the starting point for sub-genres such as indietronica and folktronica. The record with the children’s voices. They talk and count on and off, backwards and forwards. Mellow beats, nostalgic synths, psychedelic and intimate, some folky moods, heavenly melodies. The most beautiful: "ROYGBIV" (2:28) and "Olson" (1:24), one of the typical BoC vignettes that fill in the gaps between the 'real' tunes and the real preferred enjoyment. Synthesizer music that you can hear at the end of a TV program, just as the titles disappear from the screen. Chill-out-hit: "Aquarius". Them: "A record for outdoors on a cold, sunny day."


IN A BEAUTIFUL PLACE OUT IN THE COUNTRY (2000)


"Come out and live with a religious community in a beautiful place out in the country." An invitation from David Koresh and his Branch Davidians sect in Waco. Next to the title track, "Amo Bishop Roden" also refers to the sect; it is the name of one of the members who perished. Her portrait is shown on the back of the record, Koresh's can also be seen inside. Classic: "Kid For Today". The whole ep (4 tracks, 24 minutes) is brilliant.


GEOGADDI (2002)


A pitch-black record. Dark, sinister, almost devilish. Yet very melodic and organic. Brimming with secret messages, references, mathematical concepts, gematria. "Music Is Math" announces the beginning. "1969" plunges right back into the Branch Davidians. The track's duration is 4:19. It was on April 19th 1993 that the slaughter in Waco took place. After each message hides an explanation, it seems. Anyone who plays the record backwards will be rewarded. In "You Could Feel The Sky" you suddenly hear 'a god with hooves'; in "A Is To B As B Is To C" they reveal a real audio palindrome: 'all you love we' becomes 'we love you all' and 'I've been gone about a week' stays exactly the same! Strange, disturbing record. "Gyroscope" came to Marcus in a nightmare and that is exactly what it is: An actual nightmare. Them: "A claustrophobic trip through a world full of darkness and paranoia, but at the end, a glimmer of hope." A journalist: "Music just like a spiral or a fractal, becoming more detailed according to the deeper you go in." It is the album that first yielded wide recognition for the Scots, and also in OOR, chosen as one of the best 10 releases of the year. Hit: "1969".


THE CAMPFIRE HEADPHASE (2005)


The new record. It doesn't disappoint. 'A genuine Boards of Canada lp', they think themselves, with elements of Twoism and including subtle guitar loops. Dreamt road-trip through the old America. A lot less darker than Geogaddi. Never have sounded so cheerful, as on "Peacock Tail", their 'Stevie Wonder' tune' (Marcus). Be careful of the last tunes: A heavy depression awaits.


by Koen Poolman, OOR.

translation: liverlipslightentertainment, n© 2006.

Scans[edit]

External Links[edit]